Eiser, 91 jaar oud en al meer dan 50 jaar woonachtig in zijn eengezinswoning te Rotterdam, vroeg een traplift aan omdat hij sinds medio 2013 de trap niet meer kon lopen. Verweerder wees de aanvraag af en kende een verhuiskostenvergoeding toe, met toepassing van het verhuisprimaat. Eiser tekende bezwaar aan en stelde dat zijn persoonlijke omstandigheden onvoldoende waren meegewogen.
De rechtbank oordeelde dat verweerder onvoldoende rekening had gehouden met de hoge leeftijd, broze gezondheid, de langdurige woonduur en de dagelijkse mantelzorg die eiser ontvangt. De traplift en de stoepophoging die eiser inmiddels zelf op eigen kosten had gerealiseerd, compenseerden de belemmeringen in de woning.
De rechtbank stelde dat het verhuisprimaat in dit geval niet passend was en vernietigde het bestreden besluit. Het primaire besluit werd herroepen en eiser werd een aanvullende vergoeding toegekend voor de trapliftkosten. Ook werd het betaalde griffierecht aan eiser vergoed.