Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
[gedaagde3],
[gedaagde5],
1.De procedure
- het tussenvonnis van 27 augustus 2014
- de akte schorsing rechtsgeding zijdens [gedaagden 2,3,4] van 1 december 2014
- de akte inzake hervatting na schorsing zijdens [gedaagden 2,3,4] van 9 maart 2015
- de akte wijziging eis ex artikel 130 Rv Pro zijdens de Curator
- het proces-verbaal van comparitie van 9 maart 2015
- de brief van mr. Van der Klift namens de Curator van 20 maart 2014, waarin mr. Van der Klift reageert op het proces-verbaal van comparitie
- de brief van mr. Steenhoek namens [gedaagden 2,3,4] van 24 maart 2014, waarin mr. Steenhoek reageert op het proces-verbaal van comparitie
- de brief van mr. Rijntjes namens [gedaagde5] van 27 maart 2014, waarin mr. Rijntjes reageert op het proces-verbaal van comparitie.
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
5.De beslissing
juni tot en met september 2015moet opgeven, waarna dag/dagen en uur van het getuigenverhoor zullen worden bepaald,
alle partijenuiterlijk twee weken voor het eerste getuigenverhoor
alle beschikbare bewijsstukkenaan de rechtbank en de wederpartij moeten toesturen,
1980]