ECLI:NL:RBROT:2015:342
Rechtbank Rotterdam
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen korting bijstandsuitkering wegens inlichtingenverzuim
Verzoekster ontvangt sinds 2004 een bijstandsuitkering van de gemeente Rotterdam. Naar aanleiding van een tip stelde de gemeente een onderzoek in en constateerde dat verzoekster een bankrekening niet had opgegeven, waardoor inkomsten onterecht niet waren gemeld. De gemeente legde op 18 november 2014 een maatregel op van 100% korting op de bijstand over december 2014 wegens inlichtingenverzuim over de periode van september 2009 tot en met december 2012.
Verzoekster maakte bezwaar en vroeg de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening. Zij betoogde dat de wettelijke grondslag ontbrak en dat de maatregel haar in financiële problemen bracht. De voorzieningenrechter oordeelde dat de WWB van toepassing blijft als toetsingskader voor besluiten genomen vóór 1 januari 2015 en dat de maatregel terecht is opgelegd op grond van artikel 18, tweede lid, WWB.
De rechter overwoog dat het overgangsrecht van de Wet aanscherping handhaving en sanctiebeleid niet leidde tot toepassing van strengere regels met terugwerkende kracht. De verwijzing naar de geldende verordening was passend en de maatregel proportioneel. Gezien de feiten achtte de voorzieningenrechter het aannemelijk dat verzoekster verwijtbaar heeft gehandeld en wees het verzoek af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de korting van 100% op de bijstandsuitkering wordt afgewezen.