Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
STICHTING BEDRIJFSTAKPENSIOENFONDS VOOR HET BEROEPSVERVOER OVER DE WEGvoor wie als advocaat optreedt mr. J.A. Trimbach, hierna te noemen geopposseerde, in staat van faillissement is verklaard.
Rechtbank Rotterdam
De rechtbank Rotterdam behandelde het verzet van een vennoot tegen zijn faillietverklaring, waarbij de vennoot stelde dat het faillissement van de vennootschap onder firma (VOF) niet automatisch tot zijn persoonlijk faillissement mocht leiden zonder voldoende onderbouwing.
De vennoot voerde aan dat het verzoekschrift niet voldeed aan de vereisten van het arrest van de Hoge Raad van 6 februari 2015, dat stelt dat schuldeisers duidelijk moeten maken dat zij ook het faillissement van de vennoten beogen en dit moeten onderbouwen. Daarnaast betwistte hij de toestand van het hebben opgehouden te betalen en stelde een tegenvordering te hebben.
De rechtbank oordeelde dat het verzoekschrift voldoende duidelijk was en dat de vordering van de schuldeiser tegen de vennoot goed onderbouwd was met facturen, specificaties en een proces-verbaal. De tegenvordering van de vennoot was niet onderbouwd. Tevens was gebleken dat de vennoot in staat van te hebben opgehouden te betalen verkeert. Het verzet werd daarom ongegrond verklaard en de vennoot werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het verzet tegen de faillietverklaring van de vennoot wordt ongegrond verklaard en de vennoot wordt veroordeeld in de proceskosten.