Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
STICHTING BEDRIJFSTAKPENSIOENFONDS VOOR HET BEROEPSVERVOER OVER DE WEGvoor wie als advocaat optreedt mr. J.A. Trimbach, hierna te noemen geopposseerde, in staat van faillissement is verklaard.
Rechtbank Rotterdam
De rechtbank Rotterdam behandelde het verzet van een vennoot tegen zijn faillietverklaring, uitgesproken op verzoek van een pensioenfonds. Opposant stelde dat het faillissement van de vennootschap onder firma (VOF) niet automatisch het faillissement van de vennoten mag betekenen zonder voldoende onderbouwing en dat het verzoekschrift niet voldeed aan de vereisten. Ook betwistte hij de toestand van betalingsonmacht en stelde een tegenvordering te hebben.
De rechtbank oordeelde dat uit het verzoekschrift voldoende bleek dat het faillissement ook ten aanzien van opposant was verzocht en dat de vordering van de stichting voldoende was onderbouwd met facturen, specificaties en een proces-verbaal. Het beroep op verrekening was niet onderbouwd. Tevens bleek uit de faillissementsverslagen en de omstandigheden dat opposant in staat van betalingsonmacht verkeert.
De rechtbank verwierp het verzet en oordeelde dat het arrest van de Hoge Raad van 6 februari 2015 niet leidde tot een andere uitleg. Opposant werd veroordeeld in de proceskosten van € 452,00. Het verzoek om geopposeerde te veroordelen in kosten werd afgewezen.
Uitkomst: Het verzet tegen de faillietverklaring van de vennoot wordt ongegrond verklaard en hij wordt veroordeeld in de proceskosten.