ECLI:NL:RBROT:2015:3597
Rechtbank Rotterdam
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Wrakingsverzoek buiten behandeling wegens kennelijke niet-ontvankelijkheid na eindbeslissing
Verzoeker heeft op 22 februari 2015 een verzoek tot wraking ingediend tegen mr. B.P.M. Weusten, rechter in de rechtbank Rotterdam. Dit verzoek volgde op een eindbeslissing van dezelfde rechter op 19 februari 2015 in een verzoekschriftprocedure, waarmee de behandeling van de zaak was beëindigd.
De wrakingskamer heeft geoordeeld dat het doel van wraking, namelijk het waarborgen van onpartijdigheid tijdens de behandeling van een zaak, niet meer kan worden bereikt nadat een einduitspraak is gedaan. Omdat het wrakingsverzoek pas na deze eindbeslissing werd ingediend, was verzoeker kennelijk niet-ontvankelijk.
Op grond hiervan is het wrakingsverzoek buiten behandeling gesteld conform artikel 9.1 van het Wrakingsprotocol van de rechtbank Rotterdam. De beslissing is genomen door de meervoudige kamer voor wrakingszaken en uitgesproken op 4 maart 2015.
Uitkomst: Wrakingsverzoek is buiten behandeling gesteld wegens kennelijke niet-ontvankelijkheid omdat het na de eindbeslissing is ingediend.