De curator in het faillissement van een gevelrenovatiebedrijf vordert betaling van €41.500 van de bestuurders wegens onrechtmatige daad. De bestuurders hadden in januari 2014 betalingen verricht aan een verbonden schuldeiser, terwijl het faillissement onafwendbaar was en andere schuldeisers niet werden voldaan.
De rechtbank stelt vast dat de bestuurders op 21 januari 2014 wisten of hadden moeten weten dat het faillissement onafwendbaar was, gelet op de zware schuldenlast, niet-betaalde lonen en het ontbreken van uitzicht op investeringen. Selectieve betaling aan een verbonden partij zonder rechtvaardiging is onrechtmatig jegens de gezamenlijke schuldeisers.
De bestuurders worden hoofdelijk veroordeeld tot betaling van het bedrag plus wettelijke rente vanaf de faillissementsdatum. De curator krijgt tevens proceskosten toegewezen. De vordering tot verklaring voor recht wordt afgewezen wegens gebrek aan belang.