ECLI:NL:RBROT:2015:4059

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
22 mei 2015
Publicatiedatum
10 juni 2015
Zaaknummer
4082094
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Verstek
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:119 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing vordering betaling en rente tegen Gemeente Rotterdam bij verstek

Eiser heeft bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, gevorderd dat de Gemeente Rotterdam wordt veroordeeld tot betaling van €575,39, vermeerderd met rente en kosten. Gedaagde heeft niet gereageerd, waardoor verstek is verleend.

De kantonrechter oordeelt dat de vordering niet ongegrond of onrechtmatig is en wijst deze toe. De gevorderde rente over buitengerechtelijke kosten wordt echter afgewezen omdat niet is gesteld of gebleken dat deze kosten vóór dagvaarding of ingebrekestelling zijn betaald.

De kantonrechter veroordeelt de Gemeente Rotterdam tot betaling van €575,39, vermeerderd met wettelijke rente over €487,00 vanaf de dag van verzuim tot volledige betaling. Tevens worden de proceskosten aan de zijde van eiser vastgesteld op €419,75. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad en het méér of anders gevorderde wordt afgewezen.

Uitkomst: De Gemeente Rotterdam wordt veroordeeld tot betaling van €575,39 met wettelijke rente en proceskosten na verstek.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM
zaaknummer: 4082094 \ CV EXPL 15-[.]18059
[uitspraak]: 22 mei 2015
vonnis van de kantonrechter, zitting houdende te Rotterdam,
in de zaak van
[eiser],
woonplaats: Beek,
eiser bij exploot van dagvaarding van 16 april 2015,
gemachtigde: Aveon te Emmen,
tegen
de publiekrechtelijke rechtspersoon
Gemeente Rotterdam,
woonplaats: Rotterdam,
gedaagde,
die niet heeft gereageerd.

1.Het verloop van de procedure

Eiser heeft gevorderd bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, gedaagde te veroordelen aan eiser te betalen € 575,39 met rente en kosten zoals in de dagvaarding omschreven.
Tegen gedaagde is verstek verleend.

2.De beoordeling van de vordering

De vordering komt de kantonrechter niet ongegrond of onrechtmatig voor en wordt dan ook toegewezen, een en ander voor zover hierna niet anders blijkt.
De gevorderde rente over de buitengerechtelijke kosten is niet toewijsbaar, nu niet is gesteld of gebleken dat de kosten vóór dagvaarding dan wel vóór de ingebrekestelling door eiser zijn betaald aan de gemachtigde.

3.De beslissing

De kantonrechter:
veroordeelt gedaagde om aan eiser tegen kwijting te betalen € 575,39, vermeerderd met de wettelijke rente in de zin van artikel 6:119 BW Pro over € 487,00 vanaf de dag van verzuim tot de dag van algehele voldoening;
veroordeelt gedaagde in de proceskosten, tot aan deze uitspraak aan de zijde van eiser vastgesteld op € 319,75 aan verschotten en € 100,00 aan salaris voor de gemachtigde;
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad en wijst af het méér of anders gevorderde.
Dit vonnis is gewezen door mr. K.J. Bezuijen en uitgesproken ter openbare terechtzitting.
792