Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
[verdachte],
of omstreeksde periode van 2 februari 2015 tot en met 6 februari 2015 te Rotterdam,
althans in Nederland, meermalen, althans éénmaal, (telkens), (een
)ander
(en), genaamd [benadeelde partij] (geboren op [geboortedatum benadeelde partij] 1999), ertoe heeft gebracht zich beschikbaar te stellen tot
één of meerseksuele handeling
(en
), met of voor een derde tegen betaling, en
/often aanzien van voornoemde [benadeelde partij], enige handeling
(en
), heeft ondernomen, welke handelingen bestonden uit het
(naakt)foto's van die [benadeelde partij] ten behoeve van een advertentie op internet;
(een)advertentie
(s
)op internet ([website 1] en
/of[website 2]), waarin seksuele handelingen door die [benadeelde partij] tegen betaling werden aangeboden;
(vervolgens)(telefonisch) maken van afspraken en onderhouden van contacten met
(potentiële
) (prostitutie
)klanten voor die [benadeelde partij];
(laten)brengen en
/ofbegeleiden van die [benadeelde partij] naar één
of meerplaats
(en) en/of woning(en), alwaar die [benadeelde partij] prostitutiewerkzaamheden en
/ofseksuele handelingen
kon/moest verrichten;
/ofte rekenen tarieven;
(en
), met of voor een derde tegen betaling,
zonderdat sprake hoeft te zijn van dwangmiddelen als genoemd in artikel 273f lid 1 sub 1 Sr. Voor een bewezenverklaring van een tenlastelegging toegeschreven op sub 5 is bovendien niet vereist dat de dader heeft gehandeld met het oogmerk van uitbuiting. De rechtbank verwerpt om die reden de verweren van de verdediging die zien op bovengenoemde punten.
heeft gebracht tothet zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen tegen betaling, dan wel dat verdachte geen
handeling(en) heeft ondernomenwaarvan hij wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat aangeefsterzich daardoor beschikbaar zou stellen tot het verrichten van dergelijke seksuele handelingen (artikel 273f lid 1 sub 5 Sr.). De rechtbank verwerpt dit standpunt van de verdediging.
Mensenhandel.
[benadeelde partij]ter zake van het tenlastegelegde feit. De benadeelde partij vordert een bedrag van € 2000,00 aan immateriële schade.
gevangenisstrafvoor de duur van
12 (twaalf) maanden;
3 (drie) maanden,niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechtbank later anders mocht gelasten, omdat de veroordeelde voor het einde van de proeftijd, die hierbij wordt gesteld op 2 jaar, na te melden voorwaarden overtreedt;
- gelast de bewaring ten behoeve van de rechthebbende van de Mercedes Benz A 180, gekentekend [kenteken];
wijst de vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij] toe tot een bedrag van
de maatregel tot schadevergoedingop, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij te betalen
€ 750,00 (zevenhonderdvijftig euro);
vervangende hechteniszal worden toegepast voor de duur van
15 (vijftien) dagen;