ECLI:NL:RBROT:2015:4340

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
18 juni 2015
Publicatiedatum
19 juni 2015
Zaaknummer
476810
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:262b BWArt. 4.2.1 Jeugdwet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek ouders om omgangsverslagen bij ondertoezichtstelling minderjarige

De rechtbank Rotterdam behandelde een verzoek van ouders betreffende de uitvoering van een voorlopige ondertoezichtstelling van hun minderjarige kind. De ouders verzochten onder meer dat de gecertificeerde instelling (GI) binnen vijf dagen na de beschikking omgangsverslagen van de afgelopen bezoekmomenten aan hen zou doen toekomen. Tijdens de zitting werd het verzoek beperkt tot deze eis, terwijl andere verzoeken werden ingetrokken.

De GI stelde dat het niet gebruikelijk is om dergelijke verslagen te verstrekken en dat de ouders en hun advocaten geen redelijke pogingen hadden ondernomen om het geschil in overleg op te lossen. De rechtbank benadrukte dat op grond van artikel 1:262b BW van partijen verwacht mag worden eerst zelf inspanningen te leveren om geschillen minnelijk te regelen voordat de kinderrechter wordt ingeschakeld.

De advocaten van beide ouders hadden geen aantoonbare pogingen gedaan om contact te zoeken met de GI over de omgangsverslagen. Hierdoor oordeelde de kinderrechter dat het verzoek voortijdig was gedaan en wees het af. De beschikking werd op 18 juni 2015 in het openbaar uitgesproken.

Uitkomst: Het verzoek van de ouders om omgangsverslagen te ontvangen wordt afgewezen wegens onvoldoende inspanningen om het geschil in der minne te beslechten.

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Jeugd
zaakgegevens : C/10/476810 / JE RK 15-1391
datum uitspraak: 18 juni 2015

beschikking geschillenregeling

in de zaak van

[Naam moeder], hierna te noemen de moeder,

wonende te [woonplaats],
advocaat: mr. R.W. de Gruijl,
en

[Naam vader], hierna te noemen de vader,

wonende te [woonplaats]
advocaat: mr. M. Erkens.
betreffende de minderjarige:
[Naam minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2015 te [geboorteplaats], hierna te noemen [roepnaam]
De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:
de gecertificerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond,
hierna te noemen de GI,
gevestigd te Rotterdam.

Het procesverloop

Het procesverloop blijkt uit de volgende stukken:
- het verzoekschrift met bijlagen van de ouders van 11 mei 2015, ingediend door mr. R.W. de Gruijl, ingekomen bij de griffie op 21 mei 2015.
Op 4 juni 2015 heeft de kinderrechter de zaak ter zitting met gesloten deuren behandeld.
Gehoord zijn:
- de moeder, bijgestaan door haar advocaat, voornoemd,
- de vader, bijgestaan door zijn advocaat, voornoemd,
- mw [naam] vertegenwoordigster van de GI.

De feiten

Het ouderlijk gezag over [de minderjarige] wordt uitgeoefend door de ouders.
Bij beschikking van 4 juni 2015 is [de minderjarige] onder toezicht gesteld tot 4 juni 2016. De kinderrechter heeft bij deze beschikking tevens machtiging verleend tot uithuisplaatsing van [de minderjarige] voor de duur van zes maanden bij pleegouders.

Het verzoek

De ouders hebben in één verzoekschrift een viertal geschillen voorgelegd met betrekking tot de uitvoering van de (voorlopige) ondertoezichtstelling. De ouders verzochten de kinderrechter te bepalen dat;
de GI binnen vijf dagen na de beschikking aan de ouders omgangsverslagen van de afgelopen bezoekmomenten doet toekomen;
de GI na ieder bezoekmoment het omgangsverslag van dat moment aan de ouders doet toekomen;
de GI dient te bewerkstelligen dat de minderjarige door de pleegouders geregeld wordt gedraaid ter voorkoming van het definitief ontwikkelen van een plat achterhoofd;
de GI per direct onderzoek doet naar de mogelijkheid van een netwerkplaatsing van de minderjarige bij de oma moederszijde.
Ter zitting is namens de ouders het verzoek mondeling gewijzigd in die zin dat alleen nog wordt verzocht te bepalen dat de GI binnen vijf dagen na de in deze te wijzen beschikking aan de ouders doet toekomen de omgangsverslagen van alle afgelopen bezoekmomenten. Het overig verzochte hebben de ouders ingetrokken.
Hoewel de vader zich, eerst ter zitting, heeft doen bijstaan door een nieuwe raadsman, heeft de kinderrechter geen verschil kunnen vinden in de standpunten van de - met elkaar samenwonende - ouders.

Het standpunt van belanghebbende

Door de GI is verklaard dat het verzoek van de ouders om omgangsverslagen van bezoekmomenten te doen toekomen, niet gebruikelijk is. Volgens de GI hebben de ouders en hun advocaten niet getracht met haar hierover in contact te komen om in goed overleg tot een oplossing te komen. Mogelijk heeft de moeder in een mailbericht wel om dergelijke verslagen gevraagd, maar de moeder heeft in de periode van de voorlopige ondertoezichtstelling zoveel mails aan de GI verzonden en zoveel vragen gesteld, dat die niet allemaal tijdig te beantwoorden waren.

De beoordeling

Deze procedure hangt samen met twee andere procedures. Eén procedure betreft een door de ouders ingediend verzoek tot vervallenverklaring van een aanwijzing betreffende omgang tussen de ouders en [de minderjarige] en de andere procedure betreft een door de raad voor de kinderbescherming ingediend verzoek tot ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing van [de minderjarige]. De drie procedures zijn ter zitting van 4 juni 2015 gelijktijdig behandeld.
In artikel 1:262b van het Burgerlijk Wetboek (BW) is bepaald dat geschillen die de uitvoering van de ondertoezichtstelling betreffen, die omtrent gedragingen als bedoeld in artikel 4.2.1 van de Jeugdwet uitgezonderd, aan de kinderrechter kunnen worden voorgelegd.
Naar het oordeel van de kinderrechter is artikel 1:262b BW bedoeld als vangnet voor geschillen die niet op een andere wijze kunnen worden beslecht, bijvoorbeeld door middel van een andere daartoe aangewezen procedure of door middel van onderling overleg.
Hieruit volgt dat van partijen mag worden verwacht dat zij, voordat zij de kinderrechter vragen op grond van genoemd wetsartikel te beslissen of te bemiddelen, eerst zelf inspanningen verrichten om tot een vergelijk te komen.
Bij een beroep op artikel 1:262b BW is sprake van verplichte procesvertegenwoordiging. Enerzijds is de gedachte achter deze verplichting dat niet elk klein geschil aan de kinderrechter wordt voorgelegd. Anderzijds biedt deze verplichting de advocaat de mogelijkheid met zijn cliënt en de wederpartij te zoeken naar een voor een ieder aanvaardbare oplossing. Onnodige en relatief kostbare procedures kunnen zo worden voorkomen. Van de advocaat wordt in een dergelijke situatie daarom een redelijke en aantoonbare inspanning verwacht.
Desgevraagd is ter zitting van de zijde van de moeder aangeven dat zij in een mailbericht aan de GI had gevraagd om afgifte van verslagen van de omgangsmomenten. Een afschrift van dit mailbericht is niet overgelegd. De advocaat van de moeder heeft desgevraagd aangegeven geen enkele poging gedaan te hebben om de gestelde geschillen met de GI te bespreken. De advocaat van de vader heeft evenmin kenbaar gemaakt contact hierover met de GI te hebben gezocht. Hij heeft zich, namens de vader, slechts aangesloten bij het verzoek van de moeder en zich vervolgens ook aangesloten bij het intrekken ter zitting door de moeder van een deel van haar verzoek.
Nu de advocaten geen enkele poging hebben gedaan namens hun cliënten tot een oplossing van het door hen gestelde geschil te komen, is het verzoek voortijdig gedaan. Daarin ziet de kinderrechter aanleiding het verzoek af te wijzen.

De beslissing

De kinderrechter:
Wijst af het verzoek.
Deze beschikking is gegeven door mr. J. van Driel, kinderrechter, in tegenwoordigheid van M.C.B. Tieleman als griffier en in het openbaar uitgesproken op 18 juni 2015.