Eisers, werkzaam in substantieel bezwarende functies (SBF) bij de Dienst Justitiële Inrichtingen, vroegen een tweede aanstelling tijdens hun SBF-verlof. Verweerder wees deze aanvragen af op grond van de circulaire 'Richtlijnen tweede aanstelling' van 26 juni 2012, omdat eisers vóór 1 januari 2012 met SBF-verlof waren gegaan.
De rechtbank oordeelde dat deze besluiten niet in strijd waren met het verbod op leeftijdsdiscriminatie, omdat het onderscheid gebaseerd was op de datum van het SBF-verlof en niet direct op leeftijd. Echter, de rechtbank stelde vast dat eisers hierdoor ongelijk werden behandeld ten opzichte van collega's die vanaf 1 januari 2012 met SBF-verlof gingen, wat in strijd is met het gelijkheidsbeginsel.
Verweerder kon geen deugdelijke verklaring geven voor deze ongelijke behandeling. Daarom vernietigde de rechtbank de bestreden besluiten en bepaalde dat verweerder het betaalde griffierecht aan eisers moest vergoeden. De rechtbank zag af van een finale geschilbeslechting vanwege lopend hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep.