Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
ING BANK N.V.,
1.[verweerder],
1.De procedure
- het verzoekschrift d.d. 18 mei 2015;
- de mondelinge behandeling d.d. 19 juni 2015.
Rechtbank Rotterdam
ING Bank verzocht om verlof om het huurbeding uit de hypotheekakte in te roepen tegen onbekende huurders of onderhuurders van een woning die executoriaal verkocht zou worden vanwege hypotheekachterstand. De voorzieningenrechter stelde vast dat de woning bewoond werd door de hypotheekgevers en hun minderjarige kinderen, zonder aanwijzingen van verhuur.
Een taxatierapport bevestigde dat de woning niet door derden werd bewoond en geen signalen van verhuur vertoonde. De hypotheekgever verklaarde eveneens dat er geen huurders waren. Op grond hiervan concludeerde de rechter dat er gegronde redenen zijn om aan te nemen dat er geen huurrelatie bestond op het moment van de executoriale verkoop.
Daarom werd het verzoek afgewezen als nodeloos, omdat de feiten al bekend waren bij indiening. ING Bank werd veroordeeld in de proceskosten van de wederpartijen, begroot op €530. De post kosten advocaat voor het inroepen van het huurbeding werd als onterecht aangemerkt en niet toegewezen.
Uitkomst: Verzoek tot inroepen huurbeding afgewezen wegens ontbreken huurders, met veroordeling in kosten.