Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De procedure
- de dagvaarding
- de overgelegde producties
- de mondelinge behandeling
- de pleitnota van Marcan
- de pleitnota van [gedaagde].
2.De feiten
Indien verhuurder gedurende de huurperiode voornemens is het pand [adres]
3.Het geschil
4.De beoordeling
Marcan heeft de intentie om een huurder aan te trekken die als trekker voor de winkelstraat kan fungeren, niet alleen omdat Marcan de intentie heeft om meer winkelruimte aan te kopen op de [adres]. De kapsalon kan niet als de gewenste trekker fungeren.” Marcan wist dus én van het contractuele voorkeursrecht van [gedaagde], én dat zij de huurrelatie met [gedaagde] spoedig wilde gaan beëindigen, én dat [gedaagde] hierdoor groot nadeel zou lijden. Marcan stelt niet dat zij haar intentie tot beëindiging van de huurrelatie met [gedaagde] heeft voorgehouden aan [gedaagde] voordat zij het pand zelf kocht.