ECLI:NL:RBROT:2015:5236
Rechtbank Rotterdam
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen voortduren vreemdelingenbewaring zonder zicht op uitzetting naar India
Eiser heeft beroep ingesteld tegen de voortzetting van de vreemdelingenbewaring die op 24 april 2015 aan hem was opgelegd en verzocht tevens om schadevergoeding. De rechtbank heeft het onderzoek ter zitting op 16 juli 2015 verricht en na het verstrekken van nadere informatie door verweerder en reactie van eiser, de zaak buiten zitting afgedaan.
De kern van het geschil betrof de vraag of er zicht was op uitzetting van eiser naar India binnen een redelijke termijn. Verweerder heeft informatie over de afgifte van laissez-passer documenten door de Indiase autoriteiten overgelegd, waaruit blijkt dat in de periode 2013 tot 2015 meerdere lp’s zijn verstrekt met een gemiddelde doorlooptijd van drie tot vijf maanden.
De rechtbank oordeelt dat op basis van deze gegevens en bij voldoende medewerking van eiser, geen grond bestaat om te veronderstellen dat uitzetting niet binnen een redelijke termijn zal plaatsvinden. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de voortzetting van vreemdelingenbewaring wordt ongegrond verklaard vanwege voldoende zicht op uitzetting binnen redelijke termijn.