ECLI:NL:RBROT:2015:5627
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beëindiging schuldsaneringsregeling met verlening van de schone lei ondanks nieuwe schuld aan Belastingdienst
Bij vonnis van 19 juli 2012 werd de schuldsaneringsregeling toegepast op schuldenares. Tijdens de looptijd ontstond een nieuwe schuld aan de Belastingdienst. De bewindvoerder rapporteerde dat schuldenares haar verplichtingen niet volledig had hersteld, maar dat de nieuwe schuld deels met de boedelvoorstand en voorstand kon worden betaald. De budgetbeheerder gaf aan dat het huidige saldo op de beheerrekening niet voor deze schuld kan worden gebruikt.
Ter terechtzitting verklaarde de bewindvoerder dat schuldenares haar overige verplichtingen was nagekomen en dat er geen afloscapaciteit was. De kinderopvangtoeslag was stopgezet, waardoor geen nieuwe terugvordering te verwachten was. Schuldenares gaf aan wisselende uren te werken en wilde het budgetbeheer voortzetten.
De rechtbank oordeelde dat schuldenares toerekenbaar tekort was geschoten door de nieuwe schuld, maar dat deze tekortkoming vanwege haar geringe betekenis en bijzondere aard buiten beschouwing bleef. Er was voldoende financiële ruimte om de schuld binnen een redelijke termijn te voldoen. De rechtbank besloot de schuldsaneringsregeling te beëindigen en de schone lei te verlenen. Tevens werd het salaris van de bewindvoerder vastgesteld en ten laste van schuldenares gebracht.
Uitkomst: De rechtbank beëindigt de schuldsaneringsregeling en verleent de schone lei ondanks een nieuwe schuld aan de Belastingdienst.