ECLI:NL:RBROT:2015:5656
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek opheffing faillissement en toepassing schuldsaneringsregeling wegens gebrek aan goede trouw
Verzoeker heeft een verzoek ingediend tot opheffing van zijn faillissement van 28 januari 2014, gecombineerd met de toepassing van de schuldsaneringsregeling. De curator adviseerde positief, maar merkte op dat verzoeker onvoldoende sollicitatie-inspanningen en financiële informatie had verstrekt. Verzoeker werkte slechts twee uur per dag vanwege fysieke beperkingen en wachtte op een keuring.
De rechtbank oordeelt dat het verzoek slechts kan worden toegewezen als aannemelijk is dat verzoeker te goeder trouw was bij het ontstaan en onbetaald laten van zijn schulden in de vijf jaar voorafgaand aan het verzoek. Dit acht de rechtbank niet aannemelijk omdat verzoeker geen deugdelijke administratie heeft overlegd, belangrijke gegevens over schulden ontbraken en hij privé-schulden niet had vermeld.
Daarnaast was verzoeker niet te goeder trouw met betrekking tot een huurschuld over de periode waarin hij de supermarkt aan derden had onderverhuurd. Ook is onvoldoende aannemelijk dat verzoeker de verplichtingen uit de schuldsaneringsregeling zal nakomen, mede omdat hij nauwelijks informatie over zijn inkomsten en uitgaven aan de curator heeft verstrekt en geen sollicitatiebrieven heeft overgelegd.
De rechtbank concludeert dat verzoeker niet heeft voldaan aan de vereisten voor opheffing van het faillissement en toepassing van de schuldsaneringsregeling en wijst het verzoek af. Het vonnis is gewezen door drie rechters en is openbaar uitgesproken op 29 juli 2015.
Uitkomst: Het verzoek tot opheffing van het faillissement en toepassing van de schuldsaneringsregeling wordt afgewezen wegens onvoldoende aannemelijkheid van goede trouw en nakoming van verplichtingen.