Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.De procedure
2.De beoordeling
NJ1985,548, voor een faillietverklaring geen plaats.
Rechtbank Rotterdam
De besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid heeft op eigen aangifte een verzoek tot faillietverklaring ingediend bij de Rechtbank Rotterdam. Tijdens de zitting werd de middellijk bestuurder gehoord. De rechtbank heeft beoordeeld of aan de voorwaarden voor faillietverklaring is voldaan, met name het pluraliteitsvereiste.
Volgens artikel 6, derde lid, van de Faillissementswet moet summierlijk blijken dat de schuldenaar is opgehouden te betalen en dat er meerdere schuldeisers zijn die niet worden voldaan. In deze zaak bleek dat de aangeefster slechts één schuldeiser onbetaald liet, waardoor niet aan het pluraliteitsvereiste werd voldaan. De rechtbank baseerde zich hierbij op het arrest van de Hoge Raad van 22 maart 1985.
Daarom is het verzoek tot faillietverklaring afgewezen. Tegen deze beschikking kan binnen acht dagen hoger beroep worden ingesteld door een bevoegde partij, uitsluitend via een advocaat en bij het gerechtshof dat kennis neemt van de zaak.
Uitkomst: Het verzoek tot faillietverklaring wordt afgewezen wegens het ontbreken van het pluraliteitsvereiste.