Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.Het procesverloop en de processtukken
2.Het verzoek en het verweer daartegen
3.De beoordeling
4.De beslissing
mrs. M.C. Franken, N. Doorduijn en P. Volker.
Rechtbank Rotterdam
Verzoeker diende een wrakingsverzoek in tegen de rechters van de rechtbank Rotterdam die betrokken waren bij zijn strafzaak binnen het onderzoek 'Stropdas'. Hij vreesde vooringenomenheid omdat de rechters eerder zijn verzoek op grond van artikel 36 Sv Pro. hadden afgewezen en omdat zij soortgelijke niet-ontvankelijkheidsverweren van medeverdachten hadden verworpen.
De rechters stelden dat het afwijzen van het artikel 36 Sv Pro.-verzoek geen reden is voor wraking en dat zij zich nog niet hadden uitgesproken over de inhoudelijke vragen die bij de eindbeslissing aan de orde komen. Ook wezen zij erop dat elke zaak op zijn eigen merites wordt beoordeeld en dat eerdere beslissingen in andere zaken niet tot vooringenomenheid leiden.
De wrakingskamer oordeelde dat de enkele omstandigheid van een afwijzend besluit geen zwaarwegende aanwijzing voor vooringenomenheid vormt. Tevens werd benadrukt dat rechters alleen mogen oordelen op basis van het onderzoek ter terechtzitting en dat verzoeker onvoldoende feiten aanvoerde die wraking rechtvaardigen.
Daarom werd het wrakingsverzoek afgewezen. De beslissing werd genomen door de voorzitter en twee rechters van de rechtbank Rotterdam tijdens een openbare zitting op 21 juli 2015.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechters is afgewezen wegens gebrek aan zwaarwegende aanwijzingen voor vooringenomenheid.