Uitspraak
1.Het verloop van de procedure
- het verzoekschrift, ter griffie ontvangen op 6 augustus 2015;
- het verweerschrift, eveneens ter griffie ontvangen op 6 augustus 2015.
Rechtbank Rotterdam
De kantonrechter te Rotterdam heeft op 13 augustus 2015 de arbeidsovereenkomst tussen een stichting en haar directeur ontbonden op grond van een verstoorde arbeidsverhouding. Partijen waren het eens over het onherstelbare verschil van inzicht en het ontbreken van verwijtbaarheid, waardoor voortzetting van de arbeidsovereenkomst niet mogelijk was. Herplaatsing werd uitgesloten vanwege de kleine organisatie en de functie van directeur.
Hoewel de werknemer op het moment van het verzoek arbeidsongeschikt was, bestond er geen verband tussen zijn ziekte en het ontbindingsverzoek. De kantonrechter achtte de ontbinding gegrond op artikel 7:671b jo. 7:669 lid 3 sub g BW, met inachtneming van de opzegtermijn.
Partijen hadden een vergoeding van €125.000 bruto afgesproken, inclusief de transitievergoeding. De kantonrechter oordeelde dat deze vergoeding niet op wettelijke gronden kon worden toegekend, omdat er geen sprake was van ernstig verwijtbaar handelen van de werkgever en het bedrag de wettelijke maxima overschreed. Desondanks werd de regeling tussen partijen erkend, zonder dat de kantonrechter deze vergoeding formeel toekende.
De kosten van de procedure werden door partijen zelf gedragen. De beschikking werd uitgesproken door kantonrechter Wetzels.
Uitkomst: De arbeidsovereenkomst wordt ontbonden per 1 januari 2016 met een overeengekomen vergoeding van €125.000 bruto inclusief transitievergoeding.