ECLI:NL:RBROT:2015:5923
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verwerking persoonsgegevens in Veiligheidshuis Rotterdam-Rijnmond
Eiser verzet zich tegen de verwerking van zijn persoonsgegevens binnen het Veiligheidshuis Rotterdam-Rijnmond, omdat hij op de zogenaamde HIT-lijst is geplaatst vanwege meerdere veroordelingen en aanhoudingen voor ernstige delicten. Verweerder, de burgemeester van Rotterdam, heeft dit verzet afgewezen en het bezwaar ongegrond verklaard. De rechtbank heeft vastgesteld dat eiser voldoet aan de criteria voor plaatsing op de HIT-lijst, waaronder meerdere aanhoudingen en een recente veroordeling voor ernstige misdrijven.
De rechtbank oordeelt dat de verwerking van persoonsgegevens door de bestuursorganen binnen het Veiligheidshuis gerechtvaardigd is op grond van artikel 8 van Pro de Wet bescherming persoonsgegevens, omdat deze noodzakelijk is voor de vervulling van publiekrechtelijke taken. Voor niet-bestuursorganen binnen het samenwerkingsverband geldt dat de verwerking noodzakelijk is voor het behartigen van gerechtvaardigde belangen, die zwaarder wegen dan het privacybelang van eiser.
Daarnaast is de verstrekking van justitiële gegevens door het Openbaar Ministerie aan het Veiligheidshuis niet in strijd met de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens, omdat deze plaatsvindt in het kader van rechtspleging en het voorkomen van strafbare feiten en handhaving van orde en veiligheid. De rechtbank wijst ook het beroep af dat verweerder had moeten overgaan tot verwijdering van de persoonsgegevens en dat eiser recht had op een volledig overzicht van verwerkte gegevens.
Het beroep wordt ongegrond verklaard en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan door rechter J.H. de Wildt op 20 augustus 2015.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de verwerking van zijn persoonsgegevens in het Veiligheidshuis wordt ongegrond verklaard.