ECLI:NL:RBROT:2015:5999
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Weigering omzetting zorg in natura naar persoonsgebonden budget bij verblijf in AWBZ-instelling
Eiser verzocht het zorgkantoor om de op grond van zijn indicatie toegekende zorg in natura om te zetten naar een persoonsgebonden budget (pgb), omdat hij ontevreden was over de zorg die hij ontving in de AWBZ-instelling Middin. Het zorgkantoor weigerde dit op grond van artikel 2.6.4 van de Regeling subsidies AWBZ, omdat eiser in een AWBZ-instelling verbleef.
Eiser stelde dat hij geen verblijf hield in een AWBZ-instelling en dat het besluit onzorgvuldig was en in strijd met de algemene beginselen van behoorlijk bestuur. Hij voerde aan dat hij geen zorg ontving van de instelling en zelf zorg had ingekocht. De rechtbank oordeelde dat Middin een toegelaten instelling is op grond van de Wet toelating zorginstellingen en dat eiser op de dag van de subsidieperiode daadwerkelijk in een AWBZ-instelling verbleef.
De rechtbank stelde vast dat het bepaalde in de Regeling subsidies AWBZ geen ruimte biedt voor afwijking op grond van bijzondere omstandigheden of onevenredige benadeling. Er was geen sprake van strijd met ongeschreven recht of de algemene beginselen van behoorlijk bestuur. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Tenslotte wees de rechtbank een proceskostenveroordeling af en wees op het recht om binnen zes weken hoger beroep in te stellen bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering tot omzetting van zorg in natura naar een persoonsgebonden budget is ongegrond verklaard.