ECLI:NL:RBROT:2015:6049
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheidsverdeling bestuursrechter en kinderrechter bij dwangsom niet tijdig beslissen
Eiseres stelde beroep in tegen het niet tijdig nemen van een beslissing door verweerder op grond van artikel 1:263a BW en artikel 4:8 Awb Pro, met het verzoek om toekenning van dwangsommen. De kinderrechter had reeds een beschikking gegeven waarin sprake was van een fictieve weigering en een omgangsregeling was vastgesteld.
De rechtbank overwoog dat op grond van het samenstel van artikel 4:19 Awb Pro en relevante jurisprudentie, in gevallen waarin het besluit waarop de dwangsom betrekking heeft wordt genomen door de kinderrechter, ook het rechtsmiddel tegen de dwangsombeschikking bij die rechter moet worden ingesteld. Hierdoor is de bestuursrechter niet bevoegd om kennis te nemen van het beroep tegen de dwangsombesluiten.
De rechtbank concludeerde dat het wettelijke kader en de bevoegdheidsregeling bestuursrechtspraak uitsluiten dat de bestuursrechter in dit geval bevoegd is. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd en de uitspraak werd in het openbaar gedaan op 20 augustus 2015.
Uitkomst: De rechtbank verklaart zich onbevoegd kennis te nemen van het beroep tegen het niet tijdig beslissen over dwangsommen.