Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.Het verloop van de procedure
2.Het standpunt van de betrokkene
3.De door de officier van justitie overgelegde stukken
4.De beoordeling
inhoudende een publiekrechtelijke rechtshandeling.
Rechtbank Rotterdam
Betrokkene kreeg een sanctie opgelegd wegens overschrijding van de maximumsnelheid binnen de bebouwde kom te Alblasserdam op 9 januari 2013. Hij kwam in administratief beroep bij de officier van justitie, die het beroep niet-ontvankelijk verklaarde omdat betrokkene de gronden niet had aangevuld. Hiertegen tekende betrokkene beroep aan bij de kantonrechter.
Betrokkene stelde dat de officier van justitie zijn verzoek tot vernietiging van de sanctie niet tijdig had behandeld en dat daardoor een dwangsom verbeurd was. De rechtbank oordeelde dat het verzoek niet als een aanvraag in de zin van de Awb kon worden aangemerkt, omdat de officier van justitie alleen ambtshalve tot heroverweging kan overgaan en niet verplicht is binnen een termijn te beslissen.
De rechtbank concludeerde dat het beroep ongegrond is en dat het verzoek tot vaststelling van een dwangsom moet worden afgewezen. De uitspraak werd gedaan door kantonrechter Langeler tijdens een openbare zitting, waarbij betrokkene niet aanwezig was ondanks oproeping.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek tot vaststelling van een dwangsom wordt afgewezen.