British American Tobacco Nederland B.V. werd door de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport beboet wegens het gebruik van insteekkaartjes in sigarettenverpakkingen die verboden tabaksreclame bevatten. De kaartjes bevatten wervende teksten en afbeeldingen die de verkoop van tabaksproducten bevorderen. De rechtbank oordeelt dat deze insteekkaartjes niet onder de uitzondering van reguliere presentatie van tabaksproducten vallen en derhalve verboden reclame vormen.
Eiseres voerde aan dat het gebruik van insteekkaartjes al jaren plaatsvond zonder handhaving en dat het lex certa-beginsel werd geschonden. De rechtbank verwierp dit verweer en stelde dat het voor eiseres redelijkerwijs voorzienbaar was dat deze praktijk verboden was. Verder werd het beroep op het rechtszekerheidsbeginsel en het bepaaldheidsgebod afgewezen.
De rechtbank bevestigde dat eiseres recidiveerde in het overtreden van het reclameverbod en dat de opgelegde boete terecht het hoogste tarief betrof. Een matiging van de boete wegens overschrijding van de redelijke termijn werd ambtshalve toegepast, waardoor de boete werd verlaagd van €450.000 naar €427.500. Het beroep werd ongegrond verklaard en het primaire besluit werd herroepen voor zover het de boetehoogte betrof.