ECLI:NL:RBROT:2015:6211
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel na vrijspraak verdachte
De rechtbank Rotterdam behandelde op 16 juli 2015 de vordering van de officier van justitie tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel, gebaseerd op vermeende strafbare feiten waaronder oplichting en witwassen. Deze vordering was oorspronkelijk ingesteld na een eerdere veroordeling van de verdachte.
Echter, bij arrest van het gerechtshof Den Haag op 10 juni 2015 werd de verdachte vrijgesproken van oplichting en gewoontewitwassen, de feiten waarop de ontnemingsvordering was gebaseerd. De officier van justitie en de verdediging concludeerden daarom tijdens de terechtzitting dat de vordering moest worden afgewezen.
De rechtbank volgde deze conclusie en wees de vordering tot ontneming af. Het vonnis werd gewezen door een meervoudige kamer bestaande uit drie rechters en uitgesproken op de openbare terechtzitting. De voorzitter kon wegens afwezigheid het vonnis niet medeondertekenen.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel af vanwege de vrijspraak van de verdachte.