Eiseres kreeg boetes opgelegd wegens het verladen van vlees met een temperatuur boven 7 graden Celsius, wat volgens de Verordening (EG) 853/2004 niet is toegestaan. De rechtbank stelde vast dat het vlees bij verladen inderdaad warmer was dan 7 graden, maar dat het verladen in een koelwagen op het bedrijfsterrein niet gelijkgesteld kan worden met het daadwerkelijke vervoer over de openbare weg.
Het bedrijfsproces van eiseres houdt in dat vlees met een temperatuur boven 7 graden in de koelwagen wordt doorgekoeld totdat het de vereiste temperatuur bereikt. Pas daarna ontvangt de chauffeur de vrachtpapieren en kan het vlees worden vervoerd. Hierdoor is de ratio van de Verordening, dat vlees continu gekoeld moet worden tot het 7 graden bereikt, niet geschonden.
De rechtbank oordeelde dat verweerder ten onrechte boetes had opgelegd en vernietigde de bestreden besluiten. Tevens werd het primaire besluit herroepen en werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van griffierechten en proceskosten. Het hoger beroep kan worden ingesteld bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven.