In deze bestuursrechtelijke zaak vordert eiseres een hogere indicatie voor huishoudelijke ondersteuning dan toegekend door verweerder. Na een eerdere tussenuitspraak heeft verweerder een medisch advies ingewonnen en op basis daarvan 7,5 uur per week toegekend.
De rechtbank oordeelt dat verweerder het gebrek in het oorspronkelijke besluit niet heeft hersteld, omdat onvoldoende rekening is gehouden met de medische noodzaak voor extra tijd bij zware huishoudelijke werkzaamheden. De medische aandoeningen van eiseres zijn niet betwist en vormen het uitgangspunt.
De rechtbank concludeert dat voor lichte huishoudelijke taken en maaltijdbereiding geen extra tijd nodig is, maar dat voor het dagelijks verschonen van het bed en het extra reinigen van natte cel en toilet wel een extra indicatie van 90 minuten per week noodzakelijk is.
Daarom wordt het besluit van 10 juni 2015 vernietigd en bepaalt de rechtbank zelf dat eiseres recht heeft op 9 uur huishoudelijke ondersteuning per week. Tevens worden de proceskosten en het griffierecht aan eiseres toegewezen.