Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De procedure
- het tussenvonnis van 10 juni 2015
- het proces-verbaal van comparitie van 25 augustus 2015.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Rotterdam
Partijen, die circa vijf jaar samenwoonden zonder samenlevingscontract, leefden in een affectieve relatie waaruit een kind is geboren. De vrouw financierde uit haar privékapitaal een verbouwing van de woning van de man.
Na beëindiging van de samenwoning vordert de vrouw terugbetaling van het bedrag dat zij heeft geïnvesteerd in de verbouwing. De man betwist dit en voert onder meer aan dat er een afspraak was dat hij niets hoefde terug te betalen en dat sprake is van een natuurlijke verbintenis.
De rechtbank oordeelt dat titel 7 van boek 3 BW van toepassing is en dat de rechtsbetrekking tussen partijen wordt beheerst door redelijkheid en billijkheid. De man heeft zijn stelplicht niet vervuld om een overeenkomst of natuurlijke verbintenis aannemelijk te maken.
De rechtbank wijst de vordering toe voor de kosten die betrekking hebben op de verbouwing en verbetering van de woning, maar wijst af voor kosten die tot het reguliere onderhoud en de huishouding behoren. Tevens wordt de wettelijke rente toegewezen en worden de proceskosten gecompenseerd.
Uitkomst: Man moet vrouw €66.917,93 plus wettelijke rente betalen voor investering in verbouwing woning.