Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De procedure
- de dagvaarding, tevens houdende een provisionele vordering ex artikel 223 Rv Pro;
- de akte van Venour.
Rechtbank Rotterdam
Venour B.V. is als eiseres een civiele procedure gestart tegen gedaagde. Volgens artikel 3 lid 1 Wet Pro griffierechten burgerlijke zaken is iedere partij in een civiele procedure griffierecht verschuldigd, dat binnen vier weken na de eerstdienende dag moet zijn voldaan. De procedure diende voor het eerst op 15 juli 2015, maar het griffierecht van Venour werd pas op 18 augustus 2015 ontvangen, wat te laat is.
Op grond van artikel 127a lid 2 Rv leidt het niet tijdig betalen van het griffierecht tot ontslag van de gedaagde van de instantie, tenzij toepassing van de hardheidsclausule gerechtvaardigd is. Venour stelde dat zij vanwege een slechte liquiditeitspositie door niet-nakoming van de overeenkomst door gedaagde te laat betaalde, en dat ontslag van de instantie onbillijk zou zijn.
De rechtbank oordeelt dat geen sprake is van een onbillijkheid van overwegende aard. Venour had als eiseres, bijgestaan door een advocaat, rekening moeten houden met de vaste termijn voor betaling van het griffierecht en het risico van te late betaling ligt bij haar. Daarom wordt gedaagde van de instantie ontslagen en Venour veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Gedaagde wordt ontslagen van de instantie wegens te late betaling van het griffierecht door Venour, zonder toepassing van de hardheidsclausule.