Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
B.V. Zeehavenbedrijf Dordrecht (“ZHD”),
1.Het verloop van de procedure
- het verzoekschrift, ter griffie ontvangen op 24 juli 2015;
- het verweerschrift.
Rechtbank Rotterdam
De werknemer is sinds 1995 in dienst bij het Zeehavenbedrijf Dordrecht als kraanmachinist. Na een klacht van een naastgelegen bedrijf over de uitvoering van werkzaamheden ontstond een verstoorde arbeidsrelatie. De werkgever verzocht ontbinding van de arbeidsovereenkomst wegens verwijtbaar handelen of een verstoorde arbeidsverhouding.
De kantonrechter oordeelde dat de arbeidsverhouding zodanig verstoord was dat ontbinding gerechtvaardigd was en herplaatsing niet in de rede lag. Partijen bereikten ter zitting overeenstemming over beëindiging per 1 januari 2016 en een vergoeding van €80.000 bruto, bestaande uit de transitievergoeding en een extra bedrag.
De kantonrechter veroordeelde de werkgever tot betaling van deze vergoeding en bepaalde dat elk de eigen proceskosten draagt. De overige afspraken bleven buiten beschouwing. De ontbinding werd uitgesproken conform de wettelijke bepalingen omtrent opzegtermijn en vergoeding.
Uitkomst: De arbeidsovereenkomst wordt ontbonden per 1 januari 2016 en de werkgever betaalt €80.000 bruto aan de werknemer.