Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.De procedure
2.De standpunten
3.De beoordeling
4.De beslissing
;
Rechtbank Rotterdam
De rechtbank Rotterdam heeft op 18 augustus 2015 de tussentijdse beëindiging van de schuldsaneringsregeling uitgesproken ten aanzien van twee schuldenaren. De rechter-commissaris had eerder een voordracht gedaan wegens het niet nakomen van essentiële verplichtingen zoals de informatie- en sollicitatieplicht. Schuldenaren verschenen niet bij de zitting en konden geen tegenbewijs leveren.
De bewindvoerder rapporteerde dat schuldenaren geen gevraagde stukken aanleverden, waardoor een actueel boedeloverzicht niet mogelijk was. Tevens werden onvoldoende sollicitatie-inspanningen geleverd, ondanks afspraken hierover. Nieuwe schulden bij zorgverzekeraars ontstonden en liepen op, wat in strijd is met de regeling.
Daarnaast had schuldenaar bij toelating tot de regeling nagelaten de rechtbank te informeren over een vordering van een schadeverzekeraar wegens een aanrijding zonder geldig rijbewijs. Dit werd als ernstige schending van de informatieplicht aangemerkt.
De rechtbank concludeerde dat schuldenaren toerekenbaar tekort zijn geschoten in hun verplichtingen en dat de schuldsaneringsregeling daarom op grond van artikel 350 lid 3 sub c en Pro d Faillissementswet moet worden beëindigd. Het salaris van de bewindvoerder werd vastgesteld, maar er waren geen baten voor verdere vorderingen.
Uitkomst: De rechtbank beëindigt de schuldsaneringsregeling wegens ernstige tekortkomingen van schuldenaren in hun verplichtingen.