Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.De procedure
- [naam 1] , verzoekster;
- de heer B.L. Menting, werkzaam bij Okkerse & Schop Advocaten (hierna te noemen schuldhulpverlening).
2.Het verzoek
3.Het verweer
4.De beoordeling
De kosten van de gemeenschappelijke huishouding worden door de echtgenoten gedragen naar evenredigheid van ieders inkomen […]”. De rechtbank heeft geen gegevens op basis waarvan de inkomsten van de partner kunnen worden vastgesteld, mede gelet op hetgeen is bepaald in 6.4 van de huwelijkse voorwaarden: “
Onder inkomen worden tevens begrepen de werkelijke inkomsten uit vermogen zoals rente, huur- en pachtopbrengsten en voordelen uit effecten […]”. De overgelegde loonstroken van de partner van verzoekster zijn derhalve onvoldoende om na te gaan of rekening is gehouden met een evenredige verdeling van de woonlasten. Het is heel goed mogelijk dat de afloscapaciteit hierdoor nog hoger uitvalt.