Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
PGGM N.V., verzoeker in FT RK 15-275, 15-276 en 15-277 (PGGM / Recuper,
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Rotterdam
De zaak betreft een verzet tegen de heffing van driemaal griffierecht voor een faillissementsverzoekschrift ingediend namens een maatschap en haar twee maten. Verzoeker stelde dat slechts eenmaal griffierecht verschuldigd was, omdat niet expliciet om faillissement van de maten was verzocht en dat de griffier ten onrechte driemaal griffierecht had geheven.
De rechtbank overweegt dat volgens een arrest van de Hoge Raad van 6 februari 2015 het faillissement van de maatschap en van iedere vennoot afzonderlijk moet worden verzocht en beoordeeld. Dit betekent dat elk verzoek afzonderlijk griffierecht vergt. De griffier heeft daarom terecht driemaal griffierecht geheven.
Verder oordeelt de rechtbank dat de griffier niet verplicht was verzoeker vooraf te informeren over de gevolgen van de nieuwe rechtspraak en dat het verzet ex artikel 29 Wgbz Pro niet kan leiden tot het niet in behandeling nemen van de verzoeken tegen de maten. Het verzoek wordt daarom afgewezen.
Uitkomst: Het verzet tegen de driemaal geheven griffierechten wordt afgewezen en de griffierechtheffing blijft in stand.