ECLI:NL:RBROT:2015:7574
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot omzetting faillissement in schuldsaneringsregeling wegens gebrek aan goede trouw
Verzoekster heeft een verzoek ingediend tot opheffing van haar faillissement onder gelijktijdige toepassing van de schuldsaneringsregeling. De curator adviseerde negatief omdat verzoekster een eenmanszaak op haar naam had die feitelijk door haar ex-partner werd geleid en de administratie incompleet was. Verzoekster stelde zich niet verantwoordelijk voor de schulden en had weinig sollicitatie-inspanningen verricht.
De rechtbank oordeelt dat verzoekster niet te goeder trouw was bij het ontstaan van de schulden, gezien haar eerdere betrokkenheid bij een vennootschap met schulden en het feit dat zij bewust een onderneming op haar naam zette terwijl zij aansprakelijk kon worden gehouden. De incomplete administratie en het ontbreken van een gedetailleerde schuldenlijst wegen ook mee.
Daarnaast is onvoldoende aannemelijk dat verzoekster haar verplichtingen onder de schuldsaneringsregeling zal nakomen, mede vanwege haar ernstige psychosociale problemen die nog niet onder controle zijn en waarvoor nog geen behandeling is gestart. De rechtbank wijst het verzoek daarom af.
Uitkomst: Het verzoek tot opheffing van het faillissement en toepassing van de schuldsaneringsregeling wordt afgewezen wegens gebrek aan goede trouw en onvoldoende aannemelijkheid van nakoming verplichtingen.