Verzoeker heeft een verzoek ingediend tot vergoeding van kosten voor rechtsbijstand en procedurekosten op grond van artikel 591a van het Wetboek van Strafvordering. Dit verzoek is gebaseerd op een strafzaak waarin tegen hem aangifte was gedaan wegens seksueel misbruik van een minderjarige leerling, maar waarin hij door de officier van justitie niet als verdachte is aangemerkt.
De rechtbank heeft het verzoek behandeld en overwogen dat alleen personen die als gewezen verdachte kunnen worden aangemerkt in aanmerking komen voor vergoeding van kosten uit de Rijkskas. Uit het dossier blijkt dat verzoeker nooit als verdachte is aangemerkt, noch door politie noch door justitie. De uitnodiging voor het gesprek op het politiebureau bevatte weliswaar het woord 'verhoor', maar er heeft geen verhoor plaatsgevonden en verzoeker is expliciet meegedeeld dat hij niet als verdachte wordt beschouwd.
Hoewel verzoeker al in een vroeg stadium een raadsman inschakelde en kosten maakte, is dit onvoldoende om hem als gewezen verdachte aan te merken. Daarom verklaart de rechtbank verzoeker niet-ontvankelijk in zijn verzoek tot vergoeding van kosten rechtsbijstand en procedurekosten.