Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.Onderzoek op de terechtzitting
2.Tenlastelegging
3.Eis officier van justitie
- bewezenverklaring van het onder 1, 2 en 3 primair tenlastegelegde onder parketnummer 11/993000-10 en bewezenverklaring van het onder 1, 2 en 3 tenlastegelegde onder parketnummer 10/996650-13;
- veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 21 maanden met aftrek van voorarrest;
- verbeurdverklaring van een bedrag van € 95.826,50 op een rekening op naam van [bedrijf 1] bij de [bank 1] .
4.Geldigheid dagvaarding
5.Ontvankelijkheid officier van justitie
6.Waardering van het bewijs
- in de zaak [verdachte] I onder feit 1 en feit 3 van de concrete bedragen (tot een totaal van € 298.150,-) en wat betreft de zaak [verdachte] II onder feit 1 en feit 3 van de concrete bedragen € 127.494,- subsidiair 119.028,-;
- in beide zaken onder feit 1 en feit 2 van al die onderdelen die betrekking hebben op het valselijk aanvragen van zorgtoeslagen;
- in beide zaken onder feit 2 van het vervalsen van de handtekeningen;
- [bedrijf 4] hield/houdt een bankrekening bij de [bank 2] . Deze bank heeft op 26 juli 2013 verklaard dat de aandelen in [bedrijf 4] tot 10 augustus 2011 werden gehouden door [bedrijf 5] (hierna: [bedrijf 5] ) en daarna door [bedrijf 6] (hierna: [bedrijf 5] ).
- De verdachte is de uiteindelijk economisch gerechtigde van [bedrijf 5] , zo blijkt uit de door hem ondertekende service agreement met [bedrijf 7] ( [bedrijf 7] ), waarin hij als zodanig is aangeduid (document F-D-001).
- [bedrijf 7] heeft in een verklaring d.d. 15 augustus 2011 bevestigd dat de verdachte de uiteindelijke economisch gerechtigde in [bedrijf 4] was.
16 juli 2010 voor dat uit onderzoek is gebleken dat op 14 september 2009 € 13.999,- is overgeboekt van de rekening [rekeningnummer 1] naar de rekening [rekeningnummer 2] ten name van [bedrijf 3]
[adres 1] [postcode] [plaats 1]
7.Strafbaarheid feiten
8.Strafbaarheid verdachte
9.Motivering straf
10.Voorlopige hechtenis
11.In beslag genomen voorwerpen
grotendeelsdoor die misdrijven is verworven. De verdachte moet ook reguliere inkomsten hebben gehad en daarnaast zijn aan hem zorgtoeslagen uitgekeerd, waarvan de rechtbank niet heeft kunnen bewijzen dat hij deze eveneens door misdrijf heeft verkregen. Al met al bestaat er te veel twijfel over de herkomst om de verbeurdverklaring te kunnen baseren op artikel 33a, eerste lid, aanhef en onder a Sr.
12.Vorderingen benadeelde partijen/ schadevergoedingsmaatregelen
13.Toepasselijke wettelijke voorschriften
14.Bijlagen
15.Beslissing
42 (tweeënveertig) maanden,
6 (zes) maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechtbank later anders mocht gelasten, omdat de veroordeelde voor het einde van de proeftijd, die hierbij wordt gesteld op
3 (drie) jaar, niet aan een strafbaar feit schuldig maakt;
[adres 1] [postcode] [plaats 1]