Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.Het procesverloop en de processtukken
- de brief van de griffier aan verzoeker, gedateerd 2 oktober 2015;
- het e-mailbericht van verzoeker aan de wrakingskamer, gedateerd 3 oktober 2015.
Rechtbank Rotterdam
In deze zaak heeft verzoeker een wrakingsverzoek ingediend tegen mr. P. de Bruin, de voorzieningenrechter in een civiele procedure. Het verzoek tot wraking werd ingediend nadat een beschikking met einduitspraak was opgesteld en ondertekend, maar door een administratieve vergissing al vóór de officiële uitspraakdatum aan een van de verweerders was toegezonden.
De wrakingskamer heeft beoordeeld dat het doel van wraking, namelijk het waarborgen van onpartijdigheid tijdens de behandeling van een zaak, niet meer kan worden bereikt omdat de rechter de zaak feitelijk al had beëindigd met de eindbeslissing. Het wrakingsverzoek werd daarom als kennelijk niet-ontvankelijk beschouwd.
De wrakingskamer heeft het verzoek dan ook buiten behandeling gesteld op grond van artikel 9.1 van het Wrakingsprotocol van de rechtbank Rotterdam. De beslissing is genomen door een meervoudige kamer en uitgesproken tijdens een openbare zitting op 13 oktober 2015.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek is wegens kennelijke niet-ontvankelijkheid buiten behandeling gesteld.