HVC vordert dat [gedaagde], werknemer gedetacheerd bij HVC, vier enveloppen met in totaal €15.100,- teruggeeft die hij vond in een printer tijdens zijn werkzaamheden op het afvalbrengstation. HVC stelt eigenaar te zijn van de enveloppen omdat deze zich in de aan haar overgedragen printer bevonden.
De rechtbank stelt vast dat HVC eigenaar is van de printer, maar niet van het geld daarin. Geld kan niet als afval worden beschouwd en de eigenaar van het geld heeft waarschijnlijk niet de bedoeling gehad afstand te doen van het geldbedrag. [gedaagde] heeft het geld gevonden en voldaan aan zijn verplichtingen als vinder door aangifte te doen.
De rechtbank oordeelt dat het vinden van geld geen rechtshandeling is namens HVC en dat [gedaagde] niet gehouden was het geld aan HVC af te geven. Het beroep van HVC op haar huisregels faalt omdat het geld geen eigendom van HVC is geworden. Daarom wijst de rechtbank de vordering van HVC af en veroordeelt haar in de proceskosten.