De rechtbank Rotterdam behandelde op 3 december 2015 een verzoek van de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond om de schriftelijke aanwijzing van 28 september 2015 te bekrachtigen en een dwangsom op te leggen aan de moeder wegens het niet naleven van de omgangsregeling met haar minderjarige kind.
De minderjarige staat onder toezicht van de gecertificeerde instelling en verblijft om het weekend bij haar vader. De moeder weigerde haar medewerking aan de omgangsregeling, ondanks eerdere bekrachtiging van een schriftelijke aanwijzing in augustus 2015. De gecertificeerde instelling stelde een gefaseerde bezoekregeling voor, waarbij de eerste bezoeken begeleid zouden worden en daarna geleidelijk zonder begeleiding.
De rechtbank oordeelde dat het belang van de minderjarige bij omgang met haar vader groot is en dat de moeder onvoldoende rekening houdt met dit belang door de afspraken niet na te komen. Gezien de voorgeschiedenis en het gedrag van de moeder werd de schriftelijke aanwijzing bekrachtigd en een dwangsom van €100 per overtreding opgelegd, met een maximum van €3000. De beschikking is direct uitvoerbaar verklaard.