ECLI:NL:RBROT:2015:885
Rechtbank Rotterdam
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen invordering verbeurde dwangsommen horeca zonder vergunning
Verzoeksters, twee ondernemingen die een wellnesscentrum exploiteren, hebben bezwaar gemaakt tegen besluiten van de burgemeester van Binnenmaas waarin werd besloten tot invordering van verbeurde dwangsommen van €50.000 per onderneming. Deze dwangsommen waren opgelegd omdat zij zonder exploitatievergunning en zonder vergunning op grond van de Drank- en horecawet alcoholische dranken en spijzen verstrekten.
De voorzieningenrechter oordeelt dat verzoeksters geen bijzondere omstandigheden hebben aangevoerd die rechtvaardigen dat de invordering wordt achterwege gelaten. Hoewel verzoeksters stellen dat het waarschijnlijk is dat zij spoedig alsnog de benodigde vergunningen verkrijgen, acht de rechter dit onvoldoende om de invordering te staken. De financiële gevolgen van de invordering zijn een voorzienbaar gevolg van het niet voldoen aan de last onder dwangsom.
De rechtbank neemt het spoedeisend belang van verzoeksters aan, mede gelet op de afgesproken betalingsregeling en de verwachte omzetdaling, maar dit leidt niet tot het treffen van een voorlopige voorziening. De verzoeken worden afgewezen en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Verzoeken om voorlopige voorziening tegen invordering van verbeurde dwangsommen worden afgewezen.