ECLI:NL:RBROT:2015:8871
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens prematuur ingebrekestelling bij aanvraag scootmobiel Wmo
Eiser heeft een aanvraag gedaan voor een scootmobiel op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015). Verweerder heeft niet binnen de wettelijk voorgeschreven termijn van twee weken na de aanvraag van 20 juli 2015 beslist. Eiser stelde verweerder op 6 juli 2015 in gebreke, maar op dat moment was er nog geen aanvraag ingediend, slechts een melding. Hierdoor was de ingebrekestelling prematuur en kon eiser nog geen beroep instellen.
Bij besluit van 10 juli 2015 heeft verweerder vastgesteld dat er geen dwangsom verschuldigd is vanwege het ontbreken van een aanvraag. De rechtbank acht het vanuit proceseconomisch oogpunt passend om het beroep mede te laten zien op dit besluit. De rechtbank oordeelt dat de prematuur ingediende ingebrekestelling niet kan leiden tot een dwangsom en verklaart het beroep tegen het besluit van 10 juli 2015 ongegrond.
De rechtbank wijst erop dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat het niet redelijk was om verweerder eerst in gebreke te stellen voordat beroep werd ingesteld. Het beroep tegen het niet tijdig beslissen wordt daarom niet-ontvankelijk verklaard. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig beslissen wordt niet-ontvankelijk verklaard en het beroep tegen het besluit over de dwangsom ongegrond.