ECLI:NL:RBROT:2015:890
Rechtbank Rotterdam
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen last onder bestuursdwang wegens ontbreken horecavergunningen
Verzoeksters hebben een last onder bestuursdwang opgelegd gekregen om het verstrekken van dranken en spijzen zonder de vereiste exploitatie- en Drank- en Horecawet (Dhw)-vergunningen in het wellnesscentrum te staken. Zij verzochten de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening tegen deze last.
De rechtbank stelt vast dat verzoekster 1 zonder vergunningen dranken en spijzen verstrekt en dat verzoekster 2 feitelijk en juridisch de macht heeft om deze activiteiten te staken. Verweerder heeft de vergunningen geweigerd op basis van een Bibob-advies waarin een zakelijk verband wordt beschreven tussen verzoeksters en een persoon met bezwarende antecedenten. Verzoeksters hebben onvoldoende aangetoond dat deze weigering onrechtmatig is.
De rechtbank overweegt dat bestuursdwang een proportionele vervolgstap is gezien de ernstige overtreding en het feit dat eerder opgelegde dwangsommen niet tot naleving hebben geleid. Er is geen concreet zicht op legalisatie en de belangen van handhaving wegen zwaarder dan die van verzoeksters. De termijn van zes weken om de overtreding te staken is niet onredelijk kort. Daarom wijst de rechtbank het verzoek om voorlopige voorziening af.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de last onder bestuursdwang wordt afgewezen.