Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De procedure
- de dagvaarding
- de conclusie van antwoord tevens houdende eis in reconventie
- de overgelegde producties
- de mondelinge behandeling de dato 11 november 2015.
- de pleitnota van de vrouw
- de pleitnota van de man.
Rechtbank Rotterdam
Partijen zijn voormalige echtelieden die in gemeenschap van goederen waren gehuwd en inmiddels gescheiden. De man legde executoriaal beslag op een levensverzekeringspolis van de vrouw voor een vordering van ruim €23.000. De vrouw vorderde in kort geding dat de man de afkoop van de polis zou verbieden totdat de echtelijke woning was verkocht en de hypotheek ingelost.
De rechtbank oordeelde dat geen sprake was van onredelijke benadeling van de vrouw of de begunstigden, omdat de afkoop van de polis onderdeel is van de gerechtelijke verdeling van de gemeenschap. De woning moet worden verkocht en het belang van de vrouw bij het voortzetten van de verzekering was onvoldoende zwaarwegend.
De man vorderde tevens dat de vrouw de woning zou verlaten en een gebruiksvergoeding zou betalen omdat zij weigert mee te werken aan de verkoop en alleen het gebruiksgenot heeft terwijl hij de helft van de woonlasten betaalt. De rechtbank wees het verzoek tot ontruiming af, maar kende de man een gebruiksvergoeding van €225 per maand toe vanaf het vonnis tot de verkoop van de woning.
De proceskosten werden gecompenseerd en de overige vorderingen van partijen werden afgewezen. De uitspraak benadrukt dat de verdeling van de gemeenschap en de verkoop van de woning complex zijn en niet volledig in kort geding kunnen worden behandeld.
Uitkomst: Verbod op afkoop levensverzekering afgewezen, vrouw veroordeeld tot betaling gebruiksvergoeding woning aan man.