ECLI:NL:RBROT:2015:8959
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toewijzing tussentijdse beëindiging schuldsaneringsregeling wegens eerdere toepassing binnen 10 jaar
De rechtbank Rotterdam heeft op 27 november 2015 uitspraak gedaan in een zaak waarin de tussentijdse beëindiging van een schuldsaneringsregeling werd gevraagd. Schuldenares was op 17 juli 2015 opnieuw toegelaten tot de schuldsaneringsregeling, terwijl zij eerder, van 20 oktober 2003 tot 15 mei 2007, al een schuldsaneringsregeling had gehad met verlening van de schone lei. Tijdens het toelatingsproces heeft schuldenares niet gemeld dat zij eerder een regeling had, hoewel dit verplicht was.
De rechter-commissaris had op 16 oktober 2015 voorgedragen tot tussentijdse beëindiging op grond van artikel 350 lid 3 onder Pro c van de Faillissementswet, omdat schuldenares niet aan haar informatieplicht had voldaan en de wettelijke tienjaarstermijn niet was gerespecteerd. Schuldenares voerde aan dat zij niet wist dat dit een afwijzingsgrond vormde en dat zij niet te kwader trouw had gehandeld, met een beroep op redelijkheid en billijkheid.
De rechtbank oordeelde dat de afwijzingsgrond imperatief is en dat er geen uitzonderingen van toepassing zijn. Schuldenares had haar verzoekschrift zelf ondertekend en had hulp kunnen inschakelen om haar vermogensrechtelijke belangen te behartigen. Daarom werd de tussentijdse beëindiging toegewezen. De rechtbank stelde tevens het salaris van de bewindvoerder vast, maar constateerde dat er geen baten zijn om vorderingen te voldoen. De vraag vanaf welk moment de tienjaarstermijn loopt bij een toekomstig verzoek blijft open.
De uitspraak werd gewezen door rechter A.M. van Kalmthout en griffier L. Luijt. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open binnen acht dagen na de uitspraak.
Uitkomst: De rechtbank wijst de tussentijdse beëindiging van de schuldsaneringsregeling toe wegens eerdere toepassing binnen tien jaar zonder melding.