ECLI:NL:RBROT:2015:8985

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
18 november 2015
Publicatiedatum
8 december 2015
Zaaknummer
C/10/11/1328 R
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Faillissementswet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlening schone lei ondanks beperkte lees- en schrijfvaardigheid schuldenares

De rechtbank Rotterdam behandelde de beëindiging van de schuldsaneringsregeling van schuldenares die beperkte lees- en schrijfvaardigheden heeft. De bewindvoerder rapporteerde een boedelachterstand die volledig is voldaan en een tekortkoming van dertien maanden in de sollicitatieplicht.

Ter zitting verklaarde schuldenares dat zij sinds 2012 begeleiding krijgt bij haar sollicitaties vanwege haar beperkingen. Maatschappelijke Dienstverlening Rijnmond Plus bevestigde dat zij intensief contact hadden met de bewindvoerder om de sollicitatieverplichtingen te monitoren. De bewindvoerder gaf aan dat de sollicitatiebrieven niet altijd voldeden aan het vereiste format, maar dat schuldenares wel begeleid werd.

De rechtbank oordeelde dat de tekortkoming in de nakoming van de sollicitatieplicht niet ernstig genoeg is om de verlening van de schone lei te weigeren, mede gezien de communicatieproblemen en de beperking van schuldenares. Het salaris en de kosten van de bewindvoerder werden vastgesteld en ten laste van schuldenares gebracht. De schuldsaneringsregeling eindigt op het moment dat het vonnis in kracht van gewijsde treedt.

Uitkomst: De rechtbank verleent de schone lei ondanks tekortkomingen in de sollicitatieplicht vanwege de bijzondere omstandigheden van schuldenares.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team insolventie
verlening schone lei
insolventienummer: [nummer]
uitspraakdatum: 18 november 2015
Bij vonnis van deze rechtbank van 25 november 2011 is de toepassing van de schuldsaneringsregeling uitgesproken ten aanzien van:
[naam 1] ,
[adres]
[woonplaats] ,
schuldenares,
bewindvoerder: P.R. Suvaal-Laurens.

1.De procedure

De bewindvoerder heeft op 10 september 2015 schriftelijk verslag uitgebracht over de beëindiging van de schuldsaneringsregeling.
Op 4 november 2015 heeft de rechtbank een faxbericht ontvangen van de bewindvoerder met daarin de laatste stand van zaken.
De beëindiging van de toepassing van de schuldsaneringsregeling is behandeld ter terechtzitting van 11 november 2015. Schuldenares, bijgestaan door mevrouw [naam 2] en [naam 3] van Maatschappelijke Dienstverlening Rijnmond Plus, en de waarnemend bewindvoerder de heer G.J. van Rossen zijn ter terechtzitting verschenen.
De uitspraak is bepaald op heden.

2.De beoordeling

De bewindvoerder heeft in haar faxbericht van 4 november 2014 bericht dat de boedelachterstand volledig door de Gemeentelijke Kredietbank op de boedelrekening is gestort. Wat betreft de sollicitatieverplichting heeft de bewindvoerder bericht dat schuldenares pas vanaf juli 2014 op de juiste wijze heeft gesolliciteerd en daardoor dertien maanden tekort is geschoten in de nakoming van de sollicitatieverplichting.
Ter terechtzitting is de sollicitatieverplichting van schuldenares besproken. Schuldenares heeft ter terechtzitting verklaard dat zij na de terechtzitting van 5 december 2012 bij Maatschappelijke Dienstverlening Rijnmond Plus begeleiding heeft gezocht voor het nakomen van de sollicitatieverplichting. Schuldenares heeft verklaard dat zij niet kan lezen en schrijven en hier (in het verleden) op verschillende manieren hulp voor heeft gezocht, bijvoorbeeld door het volgen van lessen op een avondschool.
Mevrouw [naam 2] van Maatschappelijke Dienstverlening Rijnmond Plus heeft ter terechtzitting verklaard dat schuldenares wat betreft de sollicitatieverplichting afhankelijk is van de hulp.
Zij heeft aangevoerd dat zij hun uiterste best hebben gedaan, maar dat de communicatie vanuit de bewindvoerder niet goed verliep. Mevrouw [naam 2] heeft verder verklaard dat wekelijks contact is gezocht met bewindvoerderskantoor Modus Vivendi over of op de juiste wijze werd gesolliciteerd. Ter zitting is een brief getoond van 30 oktober 2014 waarin staat dat schuldenares tot en met mei 2014 heeft voldaan aan haar sollicitatieplicht. Mevrouw [naam 2] heeft hieruit afgeleid dat het op orde was. Ter terechtzitting wordt er door de bewindvoerder ook teruggekomen op de periode voor mei 2014.
De bewindvoerder heeft ter terechtzitting verklaard dat het nakomen van de sollicitatieverplichting met name gaat over het format en de weging die daarbij moet worden gemaakt. De bewindvoerder heeft verder verklaard dat de sollicitatiebrieven in een ander format zijn gedaan dan volgens de regels van de wettelijke schuldsaneringsregeling. Voorts heeft de bewindvoerder verklaard dat schuldenares begeleid wordt bij het schrijven van sollicitatiebrieven en dat hij aanneemt dat het aan de standaard voldoet.
De rechtbank stelt voorop dat schuldenares vanaf juli 2014 haar sollicitaties op de juiste wijze heeft verantwoord. Schuldenares heeft al vanaf 5 december 2012 hulp gekregen bij het uitvoeren van haar sollicitatieplicht, wat gezien haar beperkte lees- en schrijfvaardigheid ook noodzakelijk is. Bij alle sollicitaties is schuldenares geholpen. Dat de maatschappelijke dienstverlening (en daardoor schuldenares) in de veronderstelling verkeerde dat de sollicitatieplicht in orde was, is gezien de brief van 30 oktober 2014 begrijpelijk. De bewindvoerder onderkent ook dat schuldenares steeds in samenwerking met maatschappelijke dienstverlening heeft gesolliciteerd, zodat redelijkerwijs verwacht mag worden dat de inhoud van de sollicitaties aanvaardbaar is geweest. Dat wellicht bij nadere inspectie van het dossier niet (meer) bij elke sollicitatie de motivatietekst valt te achterhalen, is – mede gezien het verloop van de communicatie, en de beperking qua lezen en schrijven van schuldenares – niet van dien aard, dat dit de verlening van de schone lei in de weg mag staan.
De rechtbank zal het salaris van de bewindvoerder en de door deze gemaakte kosten vaststellen.

3.De beslissing

De rechtbank:
  • stelt vast dat schuldenares toerekenbaar in de nakoming van één of meer uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen is tekortgeschoten en bepaalt dat deze tekortkoming gezien haar bijzondere aard dan wel geringe betekenis buiten beschouwing blijft;
  • bepaalt dat de toepassing van de schuldsaneringsregeling eindigt op het moment dat dit vonnis in kracht van gewijsde is gegaan, doch dat de uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen van schuldenares eindigen op 25 november 2015;
- verleent de zogenoemde “schone lei” waardoor de na de beëindiging van de toepassing van de schuldsaneringsregeling bestaande vorderingen ten aanzien waarvan de schuldsaneringsregeling werkt, voor zover deze onvoldaan zijn gebleven, niet langer afdwingbaar zijn;
- stelt het salaris van de bewindvoerder tot 1 oktober 2012 vast op € 462,00 (exclusief de daarover verschuldigde omzetbelasting) en vanaf 1 oktober 2012 vast op € 2.0839,33 (exclusief de daarover verschuldigde omzetbelasting) en brengt deze bedragen, voor zover deze niet uit de boedel kunnen worden voldaan, ten laste van schuldenares.
- stelt de door de bewindvoerder gemaakte reiskosten vast op € 26,64.
Dit vonnis is gewezen door mr. A. Lablans, rechter, en in aanwezigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 18 november 2015. [1]