De rechtbank Rotterdam heeft in deze bestuursrechtelijke zaak het boetebesluit van de Autoriteit Consument en Markt (ACM) vernietigd vanwege een onvoldoende gemotiveerde boeteberekening. In een eerdere tussenuitspraak was vastgesteld dat ACM onvoldoende had toegelicht hoe de boetebedragen waren berekend en of omzet buiten de Europese Unie was uitgesloten. ACM heeft dit gebrek vervolgens hersteld door aan te tonen dat omzet buiten de EU, waaronder Rusland, buiten beschouwing was gelaten.
Eiseressen stelden dat er sprake was van dubbeltelling bij de omzet omdat omzet behaald met leveringen aan andere beboete telers ook werd meegenomen. De rechtbank oordeelde dat dit niet het geval is omdat het gaat om afzonderlijk gegenereerde omzet van elke eiseres, waardoor dubbeltelling niet aan de orde is.
Verder werd het beroep op overschrijding van de redelijke termijn verworpen. De rechtbank volgde de jurisprudentie van het College van Beroep voor het bedrijfsleven dat de redelijke termijn voor deze zaken 3,5 jaar bedraagt, en concludeerde dat de uitspraak binnen deze termijn is gedaan. De rechtbank stelde ACM ook aansprakelijk voor de proceskosten en bepaalde dat ACM het griffierecht aan de eiseressen moet vergoeden.