Op 26 januari 2013 vond in Rotterdam een schietpartij plaats waarbij meerdere malen werd geschoten in de richting van een auto met inzittenden. Verdachte zat als bestuurder in een witte Volvo die betrokken was bij het incident. Anonieme getuigen verklaarden dat verdachte met een vuurwapen had geschoten, maar hun identiteit kon niet worden vastgesteld.
De rechtbank stelde vast dat het bewijs grotendeels gebaseerd was op deze anonieme verklaringen en dat er onvoldoende ander bewijsmateriaal aanwezig was, zoals de vondst van een lege hulsel in de auto, die niet toereikend werd geacht. Ook een foto van verdachte met een vuurwapenachtig voorwerp op zijn telefoon werd niet als overtuigend bewijs gezien.
De officier van justitie eiste een gevangenisstraf van vijf jaar, terwijl de verdediging vrijspraak en subsidiair een beroep op noodweer of noodweerexces bepleitte. De rechtbank oordeelde dat het bewijs onvoldoende was om de ten laste gelegde feiten bewezen te verklaren en sprak verdachte vrij. Daarnaast werd het verzoek tot gevangenneming afgewezen en werd een patroon onttrokken aan het verkeer.