Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De procedure
- het tussenvonnis van 22 juli 2015
- het proces-verbaal van comparitie van 5 oktober 2015
- de brief van 6 oktober 2015 van mr. Bouhuizen, kantoorgenote van mr. [getuige] , met een overzicht van de in de dagvaarding ontbrekende voetnoten.
2.De feiten
- of de ondergrond uit kunstgras bestond kan niet met zekerheid gezegd worden, maar het leek er wel op;
- om het springkussen lag een afwateringsgeul volgens inschatting van 20/25 cm breed en 5/6 cm diep direct naast of onder? het springkussen;
- het springkussen lag half verzonken op een grasveldje met daarom heen rubbertegels.”
3.Het geschil
- voor recht te verklaren dat Plaswijckpark aansprakelijk is voor de door [eiseres] geleden schade;
- Plaswijckpark te veroordelen om aan [eiseres] de door haar geleden schade te vergoeden, welke schade moet worden opgemaakt bij staat en vereffend volgens de wet;
- Achmea te veroordelen om alle uitkeringen die zij onder de bij haar gesloten aansprakelijkheidsverzekering verricht rechtstreeks aan [eiseres] over te maken;
- Plaswijckpark en Achmea hoofdelijk te veroordelen in de proceskosten.