In deze zaak vordert Stichting Woonstad Rotterdam dat de huurder servicekosten voor een huismeester over 2013 betaalt, vastgesteld op €218,90. De huurder betwist de vordering en stelt dat er geen werkzaamheden worden verricht die deze kosten rechtvaardigen, dan wel dat de kosten te hoog zijn.
De rechtbank toetst of de verhuurder voldoende heeft onderbouwd dat de huismeester daadwerkelijk actief is in het complex van de huurder. Het Besluit servicekosten en het functieprofiel van Woonstad geven aan dat een huismeester zichtbaar en makkelijk benaderbaar moet zijn en diverse taken verricht, zoals toezicht houden en aanspreekpunt zijn voor bewoners.
De rechtbank constateert dat de huismeester slechts een kwart van zijn tijd in het complex doorbrengt, geen kantoor of spreekuur heeft, en niet rechtstreeks benaderbaar is. Woonstad heeft geen bewijs geleverd van de werkzaamheden of aanwezigheid van de huismeester, zoals verslagen of verklaringen. De schoonmaakwerkzaamheden worden bovendien door een extern bedrijf uitgevoerd.
Daarmee is onvoldoende aannemelijk dat de huismeester daadwerkelijk actief is in het complex van de huurder. De vordering wordt daarom afgewezen en Woonstad wordt veroordeeld in de proceskosten.