Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De procedure
- de dagvaarding
- de overgelegde producties
- de mondelinge behandeling.
Rechtbank Rotterdam
De vrouw en de man waren samen contractuele huurders van een woning waar zij met de dochter van de vrouw woonden. Na het beëindigen van hun affectieve relatie heeft de man de sloten van de woning vervangen, waardoor de vrouw en haar dochter geen toegang meer hadden en noodgedwongen in de bedrijfsruimte van de vrouw verbleven, die niet geschikt is als woonruimte.
De vrouw vorderde in kort geding dat de man de woning zou verlaten in afwachting van een bodemprocedure over wie de huurovereenkomst mag voortzetten. De man voerde verweer dat er geen spoedeisend belang was en dat de bedrijfsruimte geschikt zou zijn als woonruimte, wat door de voorzieningenrechter werd verworpen.
De kantonrechter oordeelde dat het belang van de vrouw en haar dochter, mede vanwege de psychische klachten van het kind, zwaarder weegt dan dat van de man. Daarom werd bepaald dat de man de woning binnen drie dagen moet verlaten en de sleutels moet overhandigen. De vrouw kreeg tevens het recht om politie en justitie in te schakelen voor de tenuitvoerlegging. De proceskosten werden gecompenseerd en het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De man moet binnen drie dagen de woning verlaten zodat de vrouw en haar dochter kunnen terugkeren.